Over de richtlijnen

Binnen het project Edda zijn richtlijnen opgesteld voor Toegankelijkheid en Gebruiksvriendelijkheid van Digitaal Educatief Lesmateriaal: de DEduLes-richtlijnen.

Over de DEduLes-richtlijnen

Er zijn DEduLes-richtlijnen opgesteld voor:

  • technische aanpassing van schriftelijke leermiddelen (aanpassing van de huidige richtlijnen van Dedicon);
  • de technische aanpassing van digitale leermiddelen (voortbordurend op de richtlijnen van het Waarmerk drempelvrij);
  • de didactische aanpassing van schriftelijke leermiddelen;
  • de didactische aanpassing van digitale leermiddelen.

Achtergrondinformatie

De diversiteit aan digitale leermiddelen is groot. Er zijn in ieder geval richtlijnen ontwikkeld voor het ontsluiten van:

  • webcontent. Hiervoor is aangesloten aan bij het Waarmerk drempelvrij (afgeleid van de internationaal onderschreven standaard W3C Accessibility Guidelines), de kennis bij Stichting drempelvrij.nl / Stichting Accessibility en de praktijkervaring opgedaan bij Viziris.
  • elektronische leeromgevingen. Hiervoor is aangesloten bij de W3C Authoring Tools Accessibility Guidelines. Daarnaast zijn praktijkervaringen verzameld.
  • educatieve software en software voor digitale schoolborden. Hiervoor is aangesloten bij de richtlijnen van de Amerikaanse wetgeving (section 508) en Software in Zicht.
  • educatieve hardware. Hiervoor zijn praktijkervaring opgebouwd en verzameld over de manier waarop diverse hulpmiddelen, zoals laptops, tablets, rekenmachines, digitale schoolborden, etc. optimaal gebruikt kunnen worden door leerlingen met een visuele beperking.

De DEduLes-richtlijnen hebben een drieledig doel:

  1. ze zijn leidraad voor de productie van aangepaste leermiddelen binnen het project EDDA (en Dedicon).
  2. ze dienen als instructie-instrument en leidraad voor leerkrachten, AOB-ers, ouders en leerlingen die aangepaste leermiddelen toepassen;
  3. ze dienen als leidraad voor alle producenten van leermiddelen (leerkrachten en uitgevers).

De DEduLes-richtlijnen van het Project EDDA richten zich op de aanpassingen die nodig en mogelijk zijn binnen het reguliere onderwijs. Daarin is het van belang dat de leerling het leermiddel klassikaal kan gebruiken en dat het leermiddel leerlingen in staat stelt zowel zelfstandig te kunnen werken als te kunnen samenwerken. Samenwerking is een vakoverschrijdende doelstelling in het onderwijs die van cruciaal belang is voor vervolgopleidingen en werk. Dat betekent dat het leermiddel zo dicht mogelijk moet blijven bij het origineel en bij het gebruik door een medeleerling zonder visuele beperking. Alleen als een onderdeel onmogelijk één op één omgezet kan worden, moet er een vervanging – een volwaardig modulair alternatief uit de database – worden ingevoegd.

De DEduLes-richtlijnen zijn dynamisch. Ze zullen doorlopend moeten worden getoetst en waar nodig bijgesteld. Daarbij spelen niet alleen de directe gebruikers, maar ook de ouders, docenten en AOB’ers een belangrijke rol.